Juridische woordenlijst van Boomjongen

Er is natuurlijk nog veel meer informatie te vertellen over de rechtspraak. Hier zijn een paar begrippen die je misschien wel eens in de krant gezien hebt of op het nieuws gehoord.  

Alibi:

een alibi is een bewijs dat je ergens anders was tijdens het misdrijf. Zo kun je laten zien dat jij die misdaad niet gepleegd kunt hebben; je kunt tenslotte niet op twee plekken tegelijk zijn.

Arrondissementsparket:

Hier komen de rechtszaken binnen na een aangifte. Officieren van justitie bepalen of ze zo’n zaak aan de rechter voorleggen of op een andere manier afdoen.

Eed/ belofte:

een getuige of een verdachte moet bij een rechtszaak verklaren de waarheid te zullen spreken. Dat kun je zweren op een God (als je daar in gelooft), dan leg je de eed af en eindig je met “zo waarlijk helpe mij God almachtig”. Je kunt ook “dat beloof ik” of “dat verklaar ik” zeggen, dan doe je de belofte.

Getuige:

Een getuige kan bewijs leveren in een rechtszaak. Iemand die gezien heeft dat een verdachte op de plek is geweest waar het misdrijf is gepleegd, of nog beter, de misdaad echt gezien heeft, is een getuige. Hij of zij moet als de rechter dat wil in de rechtszaal verschijnen en eerlijk vertellen wat hij of zij gezien of gehoord heeft.

Hoge raad:

Bij de Hoge Raad kun je nooit met nieuwe feiten of getuigen aankomen. Daar wordt alleen gekeken of er in de rechtszaak zelf misschien fouten zijn gemaakt. Als het niet klopt volgens de Hoge Raad, gaat de zaak terug naar een gerechtshof. Maar wel naar andere rechters dan die van de eerste keer natuurlijk.’

Hoger beroep:

Als de officier van justitie of de verdachte het niet eens is met de beslissing van een rechter, kan er in hoger beroep worden gegaan. Dat betekent dat je naar een hogere rechter gaat, die de zaak nog eens bekijkt. Dat heet dan een gerechtshof, daarvan zijn er vier in Nederland.

Huisarrest:

soms kan iemand vrijkomen onder voorwaarde dat diegene wel in en om zijn eigen huis blijft. Een elektronische enkelband houdt in de gaten of dat ook echt gebeurt. Net iets strenger dan wanneer je van je ouders huisarrest krijgt dus.

Huis van bewaring: 

De nette naam voor gevangenis/bajes/lik/nor waar je terecht komt als je in  voorarrest wordt gezet. Een soort voorgevangenis. Dan is er dus nog geen definitieve uitspraak.

In cassatie: 

van rechtbank naar gerechtshof ga je in hoger beroep, maar van hof naar Hoge Raad ga je in cassatie. Eigenlijk dus hetzelfde maar de juristen hebben er graag een ander woord voor.

Juristen:

dat zijn mensen die rechten gestudeerd hebben. Dus alle advocaten, officieren van justitie en rechters.

Met voorbedachte rade :

Met voorbedachte rade In een rechtszaak maakt het uit of de crimineel in een opwelling zijn daad gepleegd heeft of met een vooropgezet plan. Die  laatste krijgt meestal een  hogere straf, omdat het is gedaan met voorbedachte rade.

Officier van justitie:

De officier van justitie is de persoon die namens de overheid een beschuldiging uitzoekt. Het is eigenlijk de tegenstander van de advocaat en de rechter is de scheids.

Op borgtocht vrij:

In Amerikaanse films zie je het vaak: een nog niet veroordeelde verdachte mag de gevangenis uit als hij of zij een geldbedrag betaalt. In Nederland kennen we dit systeem ook, maar het wordt nauwelijks toegepast.

Pro deo advocaat:

Omdat iedereen in Nederland recht heeft op verdediging maar niet iedereen geld heeft om het salaris van een advocaat te betalen, doet de overheid dat voor je. Je krijgt dan iemand die het pro deo doet, ‘voor het goede’ in het Latijn.

Rechtbank:

Hier kom je terecht als de officier van justitie besluit te vervolgen. Dan legt hij de zaak aan een of drie rechters voor. Die zitten in de rechtbank.

 

TBS-kliniek:

dat is de plek waar iemand naartoe gaat die een misdaad gepleegd heeft en behandeld moet worden voor een psychiatrische ziekte. Zo iemand is dan ontoerekeningsvatbaar verklaard.

 

Trias politica:

De regering, de rechtspraak en het parlement (waar de Tweede Kamer onderdeel van uit maakt) zijn drie onderdelen van de Nederlandse rechtsstaat. Om te voorkomen dat één van die drie de baas gaat spelen, is het belangrijk dat deze drie groepen zich niet met elkaars werk gaan bemoeien. Dat is soms een moeilijk maar wel een belangrijk evenwicht en voorwaarde voor de democratie.

   

Verdachte:

Een verdachte is iemand van wie de politie aanwijzingen heeft dat hij of zij een misdaad gepleegd heeft. Iemand is verdacht totdat hij wordt vrijgesproken of veroordeeld in de rechtszaal.    

Voorlopige hechtenis:

Als een verdachte nog niet veroordeeld is maar het feit waarvan iemand verdacht wordt, wel ernstig is zoals een moord of een overval, zit diegene in voorlopige hechtenis. Dan kom je terecht in een huis van bewaring.  

Voorwaardelijke invrijheidstelling:

Bij een wat langere gevangenisstraf kom je na twee derde ervan te hebben uitgezeten vrij. Dat gebeurt alleen niet als je je in de gevangenis onbehoorlijk hebt gedragen. Als je vrij komt en je gaat dan weer in de fout, zul je een nieuwe straf krijgen. Maar dan moet je ook die oude straf alsnog helemaal uitzitten.

Voorwaardelijke straf:

In Nederland krijgen veroordeelden vaak een straf die helemaal of voor een deel voorwaardelijk is: je hoeft die straf niet uit te zitten als je je tijdens de proeftijd behoorlijk gedraagt. Ga je weer de fout in dan moet je dat deel of die hele straf alsnog uitzitten. Dat komt dan bovenop de straf voor dat nieuwe misdrijf.

Pin It on Pinterest